Bij het ingaan van het nieuwe jaar wensen we elkaar traditiegetrouw een goede gezondheid toe. Ironisch genoeg wordt zo'n wens vaak uitgesproken gebogen over een copieuze maaltijd en omringd door de nodige hoeveelheid alcohol, maar laat ik het feestgevoel niet vergallen. Gezond leven is nu eenmaal lastig.
Onze lifespan (zeg gerust: levensverwachting) mag dan wel een fantastische vlucht genomen hebben sinds de Industriële Revolutie, onze healthspan (ons aantal gezonde jaren) blijft geteisterd door drie grote problemen: kanker, hart-en vaatziektes en degeneratieve hersenziektes. Geregeld wordt naar technologie gekeken als een magische levensverlenger. Ik wil toch waarschuwen voor een te ongenuanceerde visie.
Vooral in het domein van de ‘levensverlenging’ zijn wel wat kwakzalvers actief. Kijk maar naar de enorme markt van longevity-supplementen in de VS, de transfusies met jong bloed of de extreme detoxkuren. Het zijn praktijken die niet bewezen hebben te werken, best wat geld kosten en misschien zelfs een negatieve impact kunnen hebben.
Het domein blijkt gevoelig voor misinformatie: er is nu eenmaal veel dat we nog niet weten over onze gezondheid en waarom we vroeg of –liefst- laat sterven. De hersenen zijn nog altijd een black box, de rol van genetica hebben we waarschijnlijk lang overschat en de rol van chronische ontstekingen in dit alles wekt nog maar vrij recent de interesse van de medische wereld.
Technologische doorbraken zoals de Neuropixels probe (een ultrafijn naaldvormig instrument dat nauwkeurig hersensignalen registreert) en de inslikbare sensorpil (die precisiemetingen verricht in het traject van slok- tot endeldarm) helpen om de mysteries van belangrijke gezondheidsproblemen te ontsluieren. En samen met de kennis over het menselijk lichaam, vergroot technologie ook de behandelopties voor de grote gezondheidsproblemen van onze tijd. Denk maar aan de zoektocht naar nieuwe geneesmiddelen of gepersonaliseerde kankertherapieën die vandaag zoveel tijd en geld kosten dat ze vandaag niet opschaalbaar zijn. Dankzij chiptechnologie worden zulke behandelingen op termijn goedkoper en effectiever.
Gezondheidszorg bijt steevast een grote hap uit de begroting. Voor België gaat het om 11% van het bbp, in de VS zelfs 18%. Geen wonder dus, dat met hoge verwachtingen naar technologie gekeken wordt om het prijskaartje te doen zakken.
2025 was een verhit jaar, niet alleen bij ons, wat de discussies over de begroting betreft. Gezondheidszorg bijt inderdaad steevast een grote hap uit die begroting. Voor België gaat het om 11% van het bbp, in de VS zelfs 18%.
Dat wordt vaak geproblematiseerd met termen als ‘zorginfarct’, die beelden van dichtslibbende aderen oproepen. Geen wonder dus, dat met hoge verwachtingen naar technologie gekeken wordt om het prijskaartje te doen zakken. Nu, hoe hard ik er ook in geloof dat technologie de zorg béter kan maken, ik denk niet dat het de zorg – althans op korte termijn- goedkoper maakt. Technologie zal leiden tot een bredere triage en een vroegere detectie van gezondheidsproblemen, wat in de meeste gevallen een betere kans op succesvolle genezing betekent. Maar het brengt dus ook méér mensen bij artsen en specialisten.
Als die kosten onze levenskwaliteit en ons aantal gezonde jaren écht ten goede komen - en die oefening kan best nauwgezet en kritisch gemaakt worden voor elk stukje gezondheidstechnologie - kan je je de vraag stellen of dat zo’n slechte zaak is. Want, wat in de wereld kan ooit belangrijker zijn dan een gezond en gelukkig leven? Dus: laat ik u dat dan toch maar alvast toewensen voor 2026.
Deze column verscheen eerder in De Tijd.

Peter Peumans behaalde een doctoraat als elektrisch ingenieur aan Princeton University, en een bachelor- en masterdiploma aan de Katholieke Universiteit Leuven. Voor hij bij imec in dienst trad, was Peter Peumans professor Electrical Engineering aan de Stanford University. Hij ontving een NSF CAREER award en een Belgian-American Educational Foundation honorary fellowship. Hij is momenteel verantwoordelijk voor imec's strategie in gezondheid.
Gepubliceerd op:
5 januari 2026












