In weinig sectoren wordt de strijd om talent zo fel gevoerd als in de chipindustrie. Tegen 2030 zal de sector de kaap ronden van 1 biljoen (1.000 miljard) dollar omzet, maar om dat waar te maken, is een pak bijkomend talent en veel innovatie nodig. Een toverformule bestaat niet, maar een open werkcultuur blijkt wel een troef om wereldwijd talent aan te trekken en vervolgens te doen bloeien.
De techindustrie kampt met een verhitte jobmarkt, en het lijkt erop dat dat nog even zo zal blijven. Een rapport van McKinsey (2024) voorspelt een talent gap van maar liefst 100.000 technische profielen in de VS en Europa en 200.000 in Azië. De mobiliteit in de sector is overigens groot: talent uit Aziatische, Amerikaanse en Europese topuniversiteiten zwermt breed uit. Bedrijven halen alles uit de kast: ze openen vestigingen overal ter wereld om de lokale talentvijvers nog succesvoller aan te boren. Intussen rijst de vraag wat die bedrijven nog meer kunnen doen om aantrekkelijker te worden. Bedrijven moeten dat anno 2025 ruimer zien dan het klassieke loonpakket met een setje voordelen. Ze moeten ervoor zorgen dat medewerkers, die vandaag uit alle hoeken van de wereld komen, zich ‘thuis’ voelen. En dan heb ik het voor alle duidelijkheid niet over een retrosofa in de vergaderzaal en een pingpongtafel in de refter. Het heeft te maken met een dieper gevoel: waardering om je unieke talenten.
Het publiek dat bij imec komt solliciteren is enorm divers, of het nu gaat over afkomst, skills, opleiding, generatie of hun persoonlijkheid. Ik zie die variatie als een belangrijk pluspunt, zeker voor een plek waar innovatie zo belangrijk is. Ga maar na: baanbrekende ideeën en oplossingen ontstaan vrijwel altijd op het kruispunt tussen culturen, stromingen, kennisdomeinen en persoonlijkheden. Een ideaal team bestaat uit creatieve visionairen die ruimte krijgen om te experimenteren, strategische verbinders en netwerkers, cijferaars met markinzicht, creatieve communicatoren, specialisten die de juridische contouren kennen en coördinatoren die finaal de rekening doen kloppen. Meer kunnen zulke profielen doorgaans niet verschillen van elkaar.
Toch hebben mensen van nature de neiging zich om te omringen met mensen die op hen lijken. Dat voelt comfortabel, maar is niet zonder risico: op termijn ontstaat een bepaalde mate van tunnelvisie en een gebrek aan frisse ideeën kan ertoe leiden dat je als bedrijf foute of laattijdige keuzes maakt. Hoe verrijkend is het om je eigen kwaliteit naast die van andere te kunnen leggen? Eén plus één is drie.
De aanwezigheid van diversiteit is een eerste stap, maar niet voldoende. Om die eigenheid ook tot bloei te kunnen laten komen, moet je een veilige, tolerante omgeving creëren, waarin het expliciet niét de bedoeling is om verschillen af te vlakken, maar waarin ruimte wordt gemaakt om ‘anders’ te zijn. Soms letterlijk: een stille, prikkelarme ruimte voor wie daar nood aan heeft om tot ideeën te komen. Soms figuurlijk: een context waarin geëxperimenteerd mag worden – en waar falen kan – of waarin expliciet gezocht wordt naar een nieuw perspectief. Via trainingen werken we actief aan de bewustwording over vooroordelen, cruciaal voor een beter begrip van je collega’s en om discriminatie actief te bestrijden. Medewerkers die voor het eerst in België wonen, begeleiden we actief bij hun eerste stappen hier. Allemaal vanuit de visie dat ontmoeting verrijkt – en dat je moet investeren in een thuisgevoel.
Bij imec dagen we medewerkers ook nog uit met innovatie-wedstrijden, ondersteunen we hen om hun eigen spin-offs op te richten en laten we cross-disciplinaire teams projecten uitwerken over thema’s die hen persoonlijk na aan het hart liggen zoals duurzaamheid, sport en gezondheid, kunst, muziek, noem maar op. Dat vergt wat flexibiliteit en vertrouwen als werkgever, maar het levert op. Medewerkers voelen zich gewaardeerd in hun eigenheid, leggen connecties over de organisatie heen, wisselen ideeën uit.
In de context van vandaag is er behoorlijk wat werknemersmobiliteit. Ook bij imec, trouwens. Verschillende bedrijven proberen werknemers op allerhande manieren aan zich te binden. Maar waar zit de passie, de intrinsieke motivatie dan? Het komt erop aan om mensen die uitvliegen niet als mislukte investeringen te zien. Ze leveren een grote waarde aan de industrie en de economie. Bovendien maakt hun vertrek ruimte voor nieuw talent, met frisse ideeën en dito ontmoetingen. Overigens: geregeld keren uitvliegende collega’s na een aantal jaren terug naar de plek waar ze zich zo thuis gevoeld hebben, verrijkt met nieuwe ervaringen en inzichten. Diversiteit en een open werkcultuur is voor elk toekomstgericht bedrijf meer dan zomaar een troef: het is de voedingsbodem voor succes.
Dit artikel verscheen eerder als opiniestuk in De Tijd.

Luc Van den hove is sinds 1 juli 2009 de CEO van imec. Daarvoor was hij executive vice president en chief operating officer. Hij trad in 1984 in dienst bij imec en begon zijn onderzoeksloopbaan op het gebied van silicide- en interconnecttechnologieën. In 1988 werd hij manager van de micro-patterning-groep van imec (lithografie, droog etsen); in 1996 werd hij afdelingsdirecteur van unit process step R&D; en in 1998 werd hij vicepresident van de divisie siliciumproces- en devicetechnologie. In januari 2007 werd hij benoemd tot EVP & COO van imec. Luc Van den hove behaalde zijn doctoraat in de elektrotechniek aan de KU Leuven.
In 2023 ontving hij de Robert N. Noyce-medaille voor zijn leiderschap bij het creëren van een wereldwijd onderzoeksecosysteem in nano-elektronica-technologie met toepassingen variërend van high-performance computing tot gezondheid.
In 2025 ontving hij de eretitel van de Vlaamse Gemeenschap als erkenning voor zijn indrukwekkende rol in het versterken van Vlaanderen als toonaangevende innovatieve regio.
Hij is auteur en coauteur van meer dan 200 publicaties en conferentiebijdragen.
Vanaf april 2026 zal hij een nieuwe functie bekleden als voorzitter van de raad van bestuur van imec
Gepubliceerd op:
27 februari 2025










