Leuk weetje: een belangrijk deel van ons DNA, zo'n 8,3% procent, is viraal van oorsprong. Het sloop doorheen miljoenen jaren evolutie onze code binnen. En wat eerst ballast leek, blijkt vandaag van centraal belang. DNA van virale oorsprong speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in ons immuunsysteem.
Ons DNA (viraal én niet-viraal) is ons recept als mens: de unieke code die meebepaalt wie we kunnen zijn. Misschien leerde u ooit: drie basenparen coderen voor één aminozuur, aminozuren vormen eiwitten. Dat klopt, maar het is niet het hele verhaal. Het leeuwendeel van ons gehele DNA, zo’n 98,5 procent, codeert níét voor een specifiek eiwit. Dat niet-coderende DNA gold lang als wetenschappelijk terra incognita. Het werd soms zelfs weggezet als ‘junk DNA’, alsof de natuur ergens een prullenbak was vergeten afvoeren. Intussen weten we beter.
Een deel van het niet-coderende stuk van ons DNA wordt beschouwd als ‘regulatoire code’: geen recept voor de ingrediënten, maar de manier waarop het recept wordt bereid. Dat maakt het bijzonder boeiend. Heel wat ziektes lijken hun oorsprong niet zozeer te vinden in de stukken DNA die rechtstreeks voor eiwitten coderen, maar in de schakelaars errond: wanneer wordt een gen aangezet, hoe hard, in welke cel, en onder welke omstandigheden? Als we dit beter begrijpen, kunnen we zien waar het misloopt, maar ook ingrijpen.
Om daaraan te beginnen, moet je eerst kunnen lezen wat er staat. Niet-coderend DNA is vaak lang, repetitief en lastig te interpreteren. Klassieke sequencingtechnieken volstaan niet altijd om die lange stukken in kaart te brengen. Daarom groeit de belangstelling voor long-readtechnologieën, die langere DNA-fragmenten uitlezen en zo de architectuur van het genoom beter zichtbaar maken. Met de hulp van nanotechnologie kunnen we DNA-sequencing sneller, robuuster en betaalbaarder maken.
Lezen is slechts een eerste stap. Je hebt ook specifieke AI-modellen nodig die patronen herkennen in die ogenschijnlijke chaos. Modellen zoals AlphaGenome tonen in welke richting het kan gaan: ze helpen voorspellen wat niet-coderende stukken DNA doen, en wat er zou gebeuren als er een fout insluipt. Eens je dat mechanisme voldoende begrijpt, kun je ook zelf aan de knoppen beginnen draaien. Dat klinkt als sciencefiction, maar de eerste contouren zijn er al. Een voorbeeld is de sikkelcel-therapie ‘Casgevy’ die bloedstamcellen herprogrammeert en zo een schakelaar bedient voor hemoglobineproductie.
Op langere termijn opent dat de deur naar volledig synthetische biologische systemen: cellen of organismen die ontworpen worden om beschadigde cellen te vervangen, genetische afwijkingen te corrigeren of toxische stoffen af te breken. De richting is duidelijk: hoe beter we dat schijnbaar chaotische, niet-coderende deel van ons genoom leren lezen, hoe meer het een bron van medische informatie wordt.
De Amerikaanse comedian Bill Hicks omschreef de mens ooit als een 'virus met schoenen’. En misschien zijn we dat inderdaad wel. Maar dan wel eentje dat zichzelf beter leert begrijpen.
Deze column verscheen eerder in De Tijd.

Peter Peumans behaalde een doctoraat als elektrisch ingenieur aan Princeton University, en een bachelor- en masterdiploma aan de Katholieke Universiteit Leuven. Voor hij bij imec in dienst trad, was Peter Peumans professor Electrical Engineering aan de Stanford University. Hij ontving een NSF CAREER award en een Belgian-American Educational Foundation honorary fellowship. Hij is momenteel verantwoordelijk voor imec's strategie in gezondheid.
Gepubliceerd op:
27 oktober 2026












