In het ziekenhuis komt een robot je medicatie brengen. Het is al mogelijk, en handig, want de robot is stipt en altijd beschikbaar. Maar wat als robots ook andere taken op zich beginnen nemen: maaltijden uitdelen, kamers opruimen of zelfs gesprekken met patiënten voeren? Of er straks eentje naast jou aan het werk is, of je koffie maakt?
Vraag het aan imec
Er duiken steeds vaker humanoïde robots op die ons werk uit handen nemen. Helemaal in lijn met het oorspronkelijke woord ‘robota’, wat in het Tsjechisch ‘gedwongen arbeid’ of ‘slaaf’ betekent. Een robot wordt een helper die doet wat wij liever laten.
De meeste robots die we vandaag kennen, zijn gemaakt voor één enkele taak: stofzuigen of grasmaaien thuis, eten rondbrengen in restaurants of hotels, lassen, lijmen of objecten verplaatsen in de fabriek. Hun vorm en functie zijn volledig afgestemd op die specifieke opdracht.

Maar willen we robots die een verscheidenheid aan taken aankunnen, en functioneren in omgevingen die voor mensen zijn ontworpen, dan komen we al snel uit bij een humanoïde robot. Een robot met vergelijkbare bouw en afmetingen als wij, en een manier van bewegen die lijkt op de onze. Zo kunnen ze zich beter aanpassen aan de ruimtes én aan de mensen voor wie ze bedoeld zijn. En als ze daarenboven iets menselijks uitstralen, aanvaarden we ze vaak makkelijker.
Hoe ver moeten en willen we daarin gaan? Hoe ver staan we vandaag in die ontwikkeling? En hoe zorgen we dat robots niet alleen slim, maar ook mensgericht worden ontwikkeld?
Daar moeten we snel een antwoord op vinden, want de vraag is niet of robots komen, maar welke rol we ze willen laten spelen.
Hoe communiceren we met robots?
Normaal gezien passen wij ons aan nieuwe technologieën aan. We leren werken met een muis en toetsenbord, klikken, swipen en door menu’s navigeren om computers te bedienen. Maar bij de nieuwe generatie robots verwachten we net het omgekeerde: dat zij ons begrijpen.
Wij communiceren immers niet alleen met woorden, maar ook met gebaren, lichaamstaal en emoties. Humanoïde robots moeten die signalen begrijpen én er gepast op reageren. Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Geef me dat pakje” en daarbij naar één doos in een stapel wijst, moet de robot precies die doos aanreiken.
Dat vraagt om een combinatie van geavanceerde sensoren, kunstmatige intelligentie en natuurlijke interactie. Het doel is niet om robots menselijk te maken, maar om ze zó te ontwerpen dat samenwerken intuïtief gebeurt, alsof het een collega is. Zo kunnen robots ons ondersteunen in zorg, industrie, onderwijs en het dagelijkse leven, op een manier die natuurlijk aanvoelt.
Maar zelfs met een vlotte communicatie blijven bezorgdheden bestaan. Wanneer is een robot die taken overneemt een echte partner en wanneer wordt het een vervanger? Moeten we daar niet voorzichtig mee zijn?
Beloftes zijn talrijk, maar wat kunnen robots écht betekenen?
Dit is geen vrijblijvende vraag. Want terwijl we nog twijfelen over hoe dicht technologie mag komen, groeit de behoefte eraan elke dag. De maatschappelijke nood is reëel, onder meer door de vergrijzing. Zorg, bouw, horeca, landbouw en logistiek kampen nu al met structurele personeelstekorten. Robots lijken het logische antwoord.

Vandaag zijn de meeste robots voorgeprogrammeerd. Ze tillen, lassen en sorteren eindeloos, snel en foutloos. Door repetitieve en fysiek zware taken over te laten nemen, kunnen arbeiders hun werk anders, en hopelijk betekenisvoller, invullen.
Heel wat taken vragen meer veelzijdigheid. Daar biedt de opkomst van generatieve AI-mogelijkheden. Het laat systemen toe om zelf teksten, muziek, afbeeldingen en zelfs video’s te genereren, op basis van enorme hoeveelheden data.
Veel bedrijven zien daarin de voorbode van een volgende stap: Physical AI, waarbij AI niet alleen redeneert of schrijft, maar ook handelingen in de echte wereld kan aansturen. Dat gaat van het interpreteren van een opdracht tot het herkennen van objecten en het plannen van bewegingen die een robot moet uitvoeren.
De eerste veelbelovende toepassingen zijn al in zicht, bijvoorbeeld robots die tafels afruimen of de was opplooien.
“De belofte is reëel,” zegt Bram Vanderborght (imec/VUB). “Robots kunnen heel wat maatschappelijke en economische uitdagingen aangaan. Die evolutie zal zich bovendien uitbreiden naar allerlei sectoren. Voor het zover is, moeten we nog heel wat technische, ethische en juridische uitdagingen oplossen.”
Ook Francis Wyffels (imec/UGent) benadrukt cruciale drempels: "Robots worden pas echt nuttig wanneer ze net zo veilig, voelend én responsief handelen als ze krachtig zijn. En dat vraagt technologie die sneller denkt, zachter aanraakt en slimmer leert dan ooit tevoren."
Waar staan we vandaag?
Die omslag naar Physical AI vraagt meer dan alleen slimme software. Robots moeten veilig kunnen bewegen in een onvoorspelbare wereld, snel reageren op onverwachte situaties, leren uit ervaring én dat alles doen binnen de grenzen van hun batterijen en rekenkracht.

Laten we inzoomen op een paar van de grootste uitdagingen.
- Veiligheid. Experimenteren in de fysieke wereld blijft risicovol. Robots zijn vaak zwaar en bewegen met kracht, waardoor zelfs kleine fouten of botsingen gevaarlijk kunnen zijn. Projecten zoals Safebot helpen robots om zich veilig te bewegen. Maar veiligheid gaat verder dan technologie alleen: internationaal lopen initiatieven om duidelijke veiligheidsstandaarden af te spreken, en die zullen essentieel zijn.
- Reflexen. Om ongevallen te vermijden moeten robots snel reageren. Net als mensen hebben ze reflexen nodig om in te spelen op onverwachte situaties. Dat lukt al deels, maar meestal stopt een robot gewoon zodra er iets misgaat. Idealiter past hij zijn handeling aan in plaats van stil te vallen. Dat vraagt snellere sensoren én een nieuw type responsieve AI.
- Aanraken. Robots leren vandaag vooral via videobeelden. Terwijl wij onze (letterlijke) fijngevoeligheid danken aan onze huid, ons grootste orgaan boordevol sensoren. Om goed te kunnen functioneren moeten robots ook leren voelen: een glas vastnemen zonder het te breken, een hand aanraken zonder pijn te doen. In Vlaanderen werken onze onderzoekers aan tactiele sensoren die dit mogelijk maken.
- Energie en rekenkracht. Robots moeten veel beslissingen zelf nemen, op basis van hun eigen sensoren en rekenkracht, gevoed door hun eigen batterijen. Dat maakt energie-efficiëntie cruciaal. Imec doet onderzoek naar energiezuinige chips en slimme architecturen die krachtige AI mogelijk maken met minder verbruik.
Hoe menselijk mogen robots worden?
Terwijl ingenieurs de grenzen van wat technisch mogelijk is verleggen, rijzen er nieuwe vragen over hoe menselijk we willen dat technologie wordt. Zeker bij de ontwikkeling van humanoïde robots is samenwerking tussen ingenieurs, ontwerpers, psychologen en sociologen onmisbaar. Samen zorgen ze voor het totaalplaatje: hoe een robot eruitziet, beweegt, spreekt en reageert, en hoe menselijk hij moet lijken om geaccepteerd te worden.

“Zo’n interdisciplinaire aanpak is essentieel om van bij het ontwerp rekening te houden met ethische principes, gevoeligheden en maatschappelijke aanvaardbaarheid,” zegt Bram Vanderborght (imec/VUB). “Imec neemt daarin een voortrekkersrol, met onderzoek dat technologie koppelt aan inzicht in menselijk gedrag. Alleen zo kunnen we robots ontwikkelen die écht zijn afgestemd op de mens die ermee leeft en werkt.”
En als robots straks effectief deel uitmaken van onze maatschappij, wacht er nog een belangrijke juridische uitdaging: wie draagt de verantwoordelijkheid als er iets misgaat: de robot, de ontwerper, de ontwikkelaar, de eigenaar of de opdrachtgever?
Er ligt dus nog heel wat werk op de plank, en minstens evenveel opportuniteiten.
Grijpen we onze kansen?
In de Verenigde Staten investeren bedrijven als Tesla, Figure AI en Agility Robotics miljarden in humanoïde robots. In Azië schieten robotbedrijven - zoals Ubtech, Unitree, AgiBot, Leju, UniX en AstriBot - als paddenstoelen uit de grond, gesteund door overheden die met vijfjarenplannen bepalen dat slimme robots topprioriteit krijgen. Een strategie die werkt, zoals we weten van de zonnepanelen en elektrische wagens.
België kan zich niet veroorloven om achter te blijven. Waar we in 2017 nog tot de kopgroep behoorden van landen met de hoogste robotdichtheid, zijn we vandaag weggezakt. Nochtans zouden onze hoge loonkost en de toenemende vergrijzing net redenen moeten zijn om méér te investeren in automatisering.
Investeren is niet alleen economisch slim, het is ook strategisch noodzakelijk. De recente crisissen hebben getoond hoe kwetsbaar we worden als we te afhankelijk zijn van het buitenland.
“Wie zelf technologie ontwikkelt, blijft niet alleen competitief, maar ook autonoom,” zegt Francis Wyffels (imec/UGent). “Vlaanderen heeft daar een stevige basis voor. Met sterke kennisinstellingen en een goed uitgebouwde maakindustrie hebben we alles in huis om een rol van betekenis te spelen.”
“De vraag is alleen of we de sprong durven wagen,” beaamt Bram Vanderborght (imec/VUB). “We hebben de expertise en het onderzoek, maar we moeten ook het ondernemerschap versterken en de vertaalslag maken naar industriële toepassingen. En eigenlijk is er geen tijd te verliezen.”
Ben jij klaar voor nieuwe collega-robots?
Elke technologische revolutie herschrijft de arbeidsmarkt. De drukpers bracht journalisten voort, de smartphone influencers, en ook robotica zal nieuwe beroepen doen ontstaan. Robots zullen niet alles vervangen, maar aanvullen. We zullen moeten leren hoe met deze robotcollega’s samen te werken, elk vanuit de eigen sterktes.

Om in die nieuwe samenleving te functioneren, moeten we niet allemaal kunnen programmeren, maar wél begrijpen hoe technologie werkt, welke impact ze heeft en waar haar grenzen liggen.
De vaardigheden van morgen zijn kritisch denken, samenwerken, en technologie kunnen inzetten ten dienste van de mens.
De toekomst van robotica draait niet alleen om staal en chips, maar om keuzes. Keuzes die bepalen wat robots kunnen, en vooral hoe we met hen willen samenwerken en samenleven: als collega’s, als partners, als verlengstuk van onszelf.

Heb je zelf een vraag voor imec? Bij imec zoeken onderzoekers elke dag naar oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen.
Gepubliceerd op:
8 januari 2026











